Ik ben Robijn!
Bijna veertig jaar geleden begon mijn leven. Ik was m’n moeders eerste kindje, haar eerste dochter. Ze noemde me Robijn – net op tijd trouwens, want één dag later had ik Sandy geheten. Niks mis met Sandy hoor, maar laten we eerlijk zijn: Robijn klinkt als een karakter uit een spannend boek, en Sandy… nou ja. :-}
Toen ik bijna twee was, kwam daar ineens Erik. Mijn broertje. Witblond, engelachtig, en veel te schattig. Ik was gek op hem – maar anderen mochten dat vooral niet zijn. Ik wilde álle aandacht. En eerlijk is eerlijk: dat is sindsdien niet echt veranderd. Het leven was (en is) één grote zoektocht naar balans. Spoiler: ik ben ‘m nog steeds kwijt, maar ik doe m’n best.
Op mijn derde gingen mijn ouders uit elkaar. Mijn moeder hertrouwde met een man en waar hij en ik destijds behoorlijk botsten, zie ik hem nu als een rots in de branding. Mijn vader schonk mij ergens nog een broertje en ook kreeg ik er toen een zus bij. Voor je het wist, had ik een bonte verzameling familieleden: broers, zussen, stiefjes, halfjes, volles – noem het, ik had het. Op m’n tiende voelde ons gezin als een seizoensfinale van een soapserie: druk, dramatisch en vol liefde.
Mijn broertje Remco (die vond dat ik hem geen “halfbroer” mocht noemen) zei ooit: “Vraag dat maar aan je echte broertje,” toen ik iets van ‘m wilde. Steevast stelt hij zich op als mijn grotere broer en werd ik ineens een “zusje” en waar hij ooit zo gevoelig was is hij nu alleen maar een toffe sterke man geworden.
Tot de basisschool was ik een lief en vrij normaal kind. Maar daarna veranderde ik. Mijn naam werd Ruby, mijn hoofd een doolhof, en mijn leven een survivaltocht zonder kompas. Angststoornis, ADHD, OCD – je kunt het bijna op een bingoformulier afvinken. School was een strijdtoneel, mijn hoofd een jungle. Was ik maar eerder gediagnosticeerd… maar goed, toen was ADHD nog iets wat “alleen drukke jongetjes” hadden.
En toch… ben ik hier.
Op mijn 37e crashte ik volledig. Burn-out, paniekaanvallen, het hele circus. Ik dacht serieus dat ik doodging. Maar nee hoor, ik bleek gewoon een hysterisch mens met te veel spanningen. Het heeft me wakker geschud. Voor het eerst in mijn leven begon ik écht te leven – zonder masker, zonder schaamte.
Dolfijnentrainster wilde ik worden, maar ik werd kapster. Geen idee hoe dat is gebeurd. Oh ja, zelftwijfel. En omdat ik dacht dat ik verder niks kon – behalve zingen. Maar daar kun je toch niks mee, dacht ik. Toch bleef dat stemmetje in mijn hoofd zingen, letterlijk.
Ik heb talloze audities gedaan – altijd onvoorbereid, altijd bibberend als een rietje. Maar sinds ik weet wat echte angst is, lach ik zenuwen recht in hun gezicht. Wat is het ergste wat er kan gebeuren? Dat iemand me niet goed vindt? Nou en. Robijn het proefkonijn staat weer op het podium, dit keer met power.
En nu, met meer bagage dan een vakantievlucht naar Bali, maar ook met meer liefde voor mezelf dan ooit, mag ik zeggen:
Op 1 mei 2025 komt mijn allereerste eigen nummer uit: ‘Ik Mis Je Zo’. En nu zo vlak voor mijn veertigste ben ik helemaal klaar voor Het Podium en daar hoort dan ook meer dan ooit mijn enige originele naam bij: ROBIJN!
Een droom, een sprong in het diepe, en een dikke middelvinger naar twijfel en angst. En weet je? Ik ben trots. Zo kneiter-, knetter-, keihard trots.
Liefs,
Robijn

